Regionaal Vrijdagmiddagje Wijk bij Duurstede
Regionaal vrijdagmiddagje Wijk bij Duurstede 25 maart 2011
Gemeenten zijn druk bezig strategie te kiezen om de bezuinigingen te lijf te gaan. Ook rekenkamer(commissie)s hebben te maken met de bezuinigingen. Niet in de laatste plaats met betrekking tot hun budget. Eind 2010 uitte de Nederlandse Vereniging voor Rekenkamers en Rekenkamercommissies nog haar zorgen in Binnenlands Bestuur en VNG Magazine. Daarom was het onderwerp op het eerste Regionaal Vrijdagmiddagje van 2011: ‘Bezuinigingen en toekomstscenario's voor rekenkamers'.
Gemeenten in bezuinigingstijd
Het eerste regionaal vrijdagmiddagje van 2011 vond vrijdag 25 maart plaats in Wijk bij Duurstede. Leden en secretarissen van de rekenkamers en griffiers uit de provincies Utrecht, Flevoland, Noord-Brabant, Gelderland en Overijssel verzamelden zich in de raadszaal van de gemeente Wijk bij Duurstede voor een middag waar de bezuinigingen centraal stonden. Wat gaan de bezuinigingen betekenen in termen van onderzoek? Welke meerwaarde heeft de rekenkamer in deze tijd voor de raad? Wat kunnen rekenkamers met een beperkt onderzoeksbudget nog doen? Welke ontwikkelingen gaan er plaatsvinden op het gebied van regionale samenwerking? Welke optimalisaties zijn er mogelijk? Deze vragen kwamen aan bod tijdens dit regionaal vrijdagmiddagje voor de regio Midden.
Kaasschaaf voldoet niet meer
Na een welkomstwoord van Aletta Barink, lid van de rekenkamercommissie Wijk bij Duurstede, trapt Geert van Soest, griffier van de gemeente Venlo, het thema ‘bezuinigingen' af. In zijn inleiding licht hij diverse bezuinigingsstrategieën toe die gemeenten hanteren, zoals:
- bezuinigingstips aan bewoners vragen (Tilburg en Woerden);
- in de interne organisatie een rondje langs de afdelingen maken met een bezuinigingspercentage;
- kerntakendiscussie (Breda en Apeldoorn).
Op de laatste optie gaat Van Soest nader in. De bezuinigingsopgave blijkt zo groot dat de kaasschaafmethode niet langer voldoet. Blind overal tien procent eraf, zal geen bezuiniging van enkele tientallen miljoenen euro's opleveren. In plaats daarvan wordt een inhoudelijke discussie gevoerd over de kerntaken van de gemeente. De Apeldoornse raad formuleerde naar aanleiding van zo'n kerntakendiscussie de volgende aandachtspunten:
- in plaats van inzet van vele beleidsadviseurs wordt een slag gemaakt naar regie op uitvoering;
- is alles zelf uitvoeren noodzakelijk? Uitvoering kan soms beter door partners geschieden;
- activerende overheid, dus mensen zelf aan de slag laten gaan.
Het is een discussie over de regierol van de gemeente. Om bezuinigingen te realiseren, zal de gemeente zich wellicht anders moeten gaan positioneren. Hierop dient onder andere de bedrijfsvoering van de gemeente aangepast te worden.
Bezuinigingen in rekenkamerland
Bij bezuinigingen op bedrijfsvoering komen ook de griffie, raad en rekenkamer in beeld. De vraag die gepaard gaat met een inventarisatie van mogelijke bezuinigingen op de rekenkamer is: hoe populair bent u als rekenkamer? En: Hoe blijft u partner in plaats van doelwit van bezuinigingen? Deze vragen stelt de gespreksleider van de middag Maarten Hoogstad (Necker van Naem) zich af. "Met name bij de oppositie zijn wij populair", wordt gezegd. Maar ook vermoedt men dat de populariteit bij de raad aan het afnemen is, want in onze rapporten schrijven we dat ook de raad fouten maakt. Partners van de rekenkamer zien niet altijd het nut van het orgaan en ervaren de rapporten als een tik op de vingers, wordt gezegd. Maar doe je dan juist zelf iets niet goed, vraagt een deelnemer zich af. Maar hoe je als rekenkamer de aanbevelingen ook formuleert, dat gevoel blijft soms bestaan bij de partners.
De door Maarten Hoogstad gelanceerde stelling ‘Natuurlijk moet ook de rekenkamer een deel van het budget inleveren' noemt Ben Vossenberg (voorzitter rekenkamercommissie Wageningen) een vorm van symboolpolitiek. Het hangt af van het functioneren, vindt ook Wout Lourens (lid rekenkamercommissie Ermelo). Geert van Soest suggereert dat er gesprekken moeten plaatsvinden in de controletoren om te kunnen besparen. Er is een auditcommissie, een accountant, 213a onderzoek en een rekenkamercommissie. Het zou lonen wanneer deze in gesprek blijven om elkaar te helpen, samen te werken en te vervangen. Er is al een aantal voorbeelden bekend van het gezamenlijk optrekken van deze actoren, zoals in Ermelo en Wageningen. Een gecombineerd 213a en rekenkameronderzoek bespaart niet alleen kosten, maar kan ook juist de slagkracht vergroten en is daarmee naast efficiënt ook meer effectief.
Van inspecteur naar adviseur?
De tweede stelling is: ‘De rekenkamer moet op een andere manier invulling gaan geven aan haar rol. Minder controleren, meer adviseren'. De meningen verschillen. Volgens Watze de Boer (voorzitter rekenkamer Utrecht) moet je niet je rol gaan aanpassen omdat je bang bent om niet te overleven. Onafhankelijkheid en oordelen blijven basiskenmerken. "Je moet niet populair willen zijn, maar gezaghebbend." Geert van Soest ziet wel wat verschuivingen en benoemt onder andere de verschuiving van ‘afstandelijkheid' naar ‘nabijheid' en van ‘inspecteur' naar ‘adviseur'. Lydia Zwier (lid rekenkamercommissie BBLM) denkt dat de verbetering van het rekenkamerwerk hem zit in het hoe. Hoe gebruik je de krachtige kanten van de organisatie om je conclusies en aanbevelingen op te stellen?
Tot slot bespreekt Maarten Hoogstad nog een aantal ‘optimalisatie'-mogelijkheden met de deelnemers, zoals het bijstellen van ambities, het opzoeken van samenwerking, uitbesteding of de keus voor een ander model.